Zolang als ik mij kon herinneren was ik aan het worstelen met eten.
Eten gaf er niks om, die worstelde gewoon lekker mee.
Voor mij was het de normaalste zaak van de wereld en ik dacht dat het bij een leven hoorde waarin het streven was om slank te zijn.
Het kwam niet in mij op dat het ook anders zou kunnen.
Dat je ook vriendjes kon worden met eten, zonder een enorme kamer olifant te zijn.

De overtuiging was: ‘als ik ontspannen met eten omga, dan eet ik de hele dag aan een stuk door’.
Dus wat ik deed was altijd op mijn eten letten, alle calorieën die er binnen kwamen tellen en veel willen bewegen. Want ja, elk pondje komt door het mondje.

Nu ik zelf niet meer met eten worstel en eten en ik vriendjes zijn geworden. (soms hebben we nog even ruzie, maar dan geef ik al snel toe dat ik ongelijk heb en stap ik uit de strijd).
Merk ik hoe jong die worsteling met eten begint en wat wij als kind al leren.

Van een afstandje zie ik hoe anderen de regels over eten aan mijn zoontje uitleggen of voorleven.
Hoe er op de opvang met eten wordt om gegaan of de projecties van mensen om mij heen als mijn zoontje in de buurt is.

Als ouders hebben mijn vriend en ik heel veel vertrouwen in eten. Maar niet iedereen om ons heen heeft dat.
Soms hoor ik overtuigingen over eten, die ik zelf al jaren naast mij neer heb gelegd.

Zoals: ‘eerst je bordje leeg eten, dan pas mag je een toetje’. Of: ‘je mag maar één koekje, snoepje, chocolaatje. Anders blijf je eten’. Of: ‘snoepen is ongezond, daar doen wij niet aan’. Of: ‘geen suikers, daar ga je van stuiteren’.
Doordat ik mijzelf vertrouw met eten, chocola en suikers en nooit mijn bordje leeg hoef te eten. Weet ik ook dat mijn zoontje met eten te vertrouwen is.

Jaaaren heeft het mij gekost om van die overtuigingen en worsteling los te komen en soms besef ik, dat ik niet meer de enige ben die invloed heeft over de overtuigingen die mijn zoontje kan krijgen over eten.  

Jong geleerd is oud gedaan. De meeste oordelen die jij en ik hebben over eten komen hoogst waarschijnlijk niet van de laatste jaren waarin wij leven, maar vanuit onze kindertijd.
In hoeverre is de worsteling met eten echt van jou? In hoeverre heb jij voorbeelden om je heen gehad die altijd in strijd waren met eten en gewicht?
Welke worsteling voerden zij? Welke overtuigingen hadden zij over eten?
Kan jij je deze nog herinneren en zie jij hoe zij nu je beeld over eten kleuren, zonder dat jij er erg in hebt?

Ik zal je een aantal voorbeelden van hoe mijn worsteling eruit zag als klein meisje en puber:

Elke dag stond ik op met de gedachte dat ik moest afvallen. Dat mijn lijf niet goed was zoals het was en dat ik te zwaar was. Omdat mijn doel elk moment was om af te vallen, ging ik eten zien als mijn grootste vijand. Eentje die mij kon afhouden van mijn doel: een slank en succesvol leven.
Omdat ik geloofde dat eten mij in de weg stond, probeerde ik altijd om weinig te eten. Maar omdat ik eten daarbij zo belachelijk belangrijk maakte, lonkte eten elk moment en ging ik daarom juist meer eten.
Waarbij ik weer in de stress schoot omdat ik teveel had gegeten, mij super stom voelde en daardoor weer probeerde om zo weinig mogelijk te eten. Eten ging weer lonken en ik at weer meer dan ik wilde.
Mijn worsteling kon je wel een enorme vicieuze cirkel noemen.

 Tijdens een bijzondere gebeurtenis, een verjaardag of een feestdag mocht ik eten. Want eten hoorde daar tenslotte bij. Maar omdat ik mijzelf zo lang alles verboden had waar ik naar verlangde, ging ik compleet los. Taart, chips, m&m’s. Alles leek lekker en ook alles moest gegeten worden. Daarna moest ik natuurlijk weer dagen lijnen en at ik alleen maar mijn maaltijden en fruit. Om daarna weer helemaal los te gaan tijdens bijzondere gebeurtenissen

 Ik geloofde in het idee dat gewicht compleet maakbaar was. En als je niet slank was, dan was dat simpel weg je eigen schuld. Daarmee was ik super streng voor mijzelf, omdat ik niet heel slank was. Ik had het al die jaren gewoon verkeerd aangepakt. Dat iedereen een ander lijf heeft, daar ging ik aan voorbij. En daardoor was ik altijd bezig om mijn lijf in een model te gieten wat helemaal niet bij mij paste 

Eten was iets waarbij ik mijzelf mocht straffen of belonen. Had ik in mijn ogen successen behaald, dan mocht ik best wat meer eten. Vond ik mijzelf een dikke loser, dan moest ik het niet in mijn hoofd halen om te gaan eten.

 

Nu zie ik wat er gebeurde en hoe die worsteling ervoor zorgde dat ik iets in stand hield. Namelijk een ongezonde relatie met eten.

Uit ervaring, weet ik dat de meeste vormen van hulp of therapie een vorm van worsteling aanbiedt die net even anders is.
Die er gezond uit ziet, maar uiteindelijk een verkapte vorm is van wat je al jarenlang doet.
Een eet-schema geeft je de indruk dat jij alsnog niet te vertrouwen bent met eten als je het niet volgens de regels doet.
Het mogen snoepen met mate, geeft je de indruk dat jij niet zelf de interne antenne bevat die jou de weg wijst.

Een ‘probleem’ los je niet op door het aan te pakken op dezelfde manier als dat het probleem ontstaan is.
Ben je aan het worstelen? Verzin dan niet een nieuwe manier van worstelen, maar stap uit die worsteling
Ben je aan het strijden? Verzin niet een nieuwe strijd, maar stap uit de strijd.
Voer jij oorlog met eten? Begin dan niet een nieuwe oorlog, maar sluit vrede.

Maar hoe dan wel? Hoe stop je met worstelen, strijden en oorlog voeren?

Eigenlijk is het heel simpel.
Wat doe je als je niet worstelt en strijd?
Je bent volledig in overgave. Je stribbelt niet meer tegen en geeft toe dat jij helemaal geen controle meer hebt.

Overgave is de key, als je je leven lang al worstelt met eten.
Erken dat jij geen macht meer hebt. Dat je machteloos staat tegenover eten.
Jij hebt geen macht meer over eten en je mag vriendjes worden met eten in plaats van dat je eten ziet als je grootste vijand.

Eten is heel gewillig. Eten geeft wel mee, zolang jij eten maar met rust laat. Eten laat zich makkelijk misbruiken, maar is ook bereid om samen te werken. Mits jij niet als een strijder elke keer eten ervan langs geeft.

Ik besloot dus om te stoppen met worstelen en mijn relatie met eten een gezonde, vriendelijke kans te geven.
Dat hield in dat ik niet meer dacht zelf te bedenken wat ik mocht eten en hoeveel. Als ik wilde eten, dan ging ik eten. Wanneer ik wilde, zoveel als ik wilde.

Natuurlijk leverde dat in het begin veel strijd op in mijn hoofd en denken. Maar elke keer weer besloot ik om uit die strijd te stappen en het een kans te geven.
Al heel snel merkte ik dat ik als ik niet meer worstelde, eten ook niet meer zo interessant leek.
Eten was er voor als er gegeten mocht worden en daarna was het weer klaar.
Tot mijn grote verbazing kreeg ik geen ellenlange eetbuien, waar ik zo bang voor was.

Geen gecontroleerde manier van eten meer, maar een ontspannen relatie met eten.
Omdat ik gaandeweg leerde dat eten helemaal niet gevaarlijk was.
Eten en ik werden vriendjes. Konden samen chillen, leuke dingen doen, zonder dat ik continu de confrontatie aanging.

Merk ik dat eten en ik weer oorlog voeren, dan eet ik nu juist, in plaats van dat ik probeer gecontroleerd en netjes te eten. Zo blijf ik vriendjes met eten.

Welke worsteling voer jij dagelijks met eten?

Zie je hoe deze worsteling in stand wordt gehouden door de gedachten die jij gelooft over eten?

Welke stap zou jij vandaag kunnen zetten om vriendjes te worden met eten?  

 

Weten hoe vrij eten echt is?

Ik heb voor jou gesproken met twee vrouwen over hun weg naar Vrij Eten. Wat het hen nu brengt en hoe zij hiermee hun eetverslaving (eetbuien, anorexia, boulimia) hebben weten te keren.

Ik mag jou die interviews sturen. Vul je gegevens even in, dan stuur ik je het eerste interview meteen!

Gelukt! Kijk gauw in je mailbox